“This is how Mississippi blues sounds in 2008”. Dat staat te lezen in het informatieboekje van Boo Boo Davis’ meest recente cd “Name Of The Game”. Wat startte als een gek idee kwam werkelijkheid na een tour met Boo Boo in 2007. Geen bassist, maar gewoon Boo Boo’s stem en harmonica, het accurate drumwerk van John Gerritse en de nimmer aflatende gitaarlijnen van Boo Boo’s buddy Jan Mittendorp. Het resultaat is gewoon verbluffend goed. Vuil, ranzig, en vettig… dit zijn maar enkele woorden die je het best kan omschrijven aan dit kleinood. Blues in al zijn essentie, blues in al zijn eenvoud. Neem nu ‘Dirty Dog’, een song die je door zijn meeslepend karakter meteen bij de ballen grijpt. ‘I'm Comin Home’ is dan weer een typisch Chicago-blues nummer. Denk aan Chester Burnett alias Howlin’ Wolf en je snapt wat ik bedoel. Trouwens Boo Boo benadert het huilen en grommen van Chester beangstigend dicht. Dat ook pijn en verdriet Boo Boo niet vreemd zijn, kan je dan weer horen in het trage ‘Lonely All by Myself’. De titel alleen al spreekt boekdelen. Sommige van de nummers kun je niet echt onder de klassieke blues catalogeren. Neem bijvoorbeeld, het opzwepende ‘Who Stole the Booty’. Dit nummer heeft iets hypnotisch over zich, zeg maar een soort van Voodoo-sound, waardoor je (zeker als je een paar glazen op hebt) al vlug in trance kan komen. Boo Boo woonde ook een tijdje in St.Louis, deze belevenissen kun je volgen in het nummer ‘St. Louis Woman’. Mede door zijn vriendelijkheid, zijn liefde voor de blues en zijn immens enthousiasme “live on stage” heb ik al geruime tijd waardering en sympathie voor Boo Boo. Wie volgt?










