Tornado Reba Russell over Vlaanderen

afbeelding van Antoine Legat
Tagged:  •    •    •    •    •    •    •  

Goorblues + Reba Russell op het Duvel Bluesfestival te Puurs (zaterdag 31 mei), op Goorblues te Gooreind/Wuustwezel (zaterdag 7 juni) en in Banana Peel te Ruiselede (maandag 9 juni 2008).

Het is altijd leuk als een gevestigd organisator van concerten met een vlekkeloos verleden en een groot hart voor de blues voor zijn eerste echte festival een hoop volk mag verwelkomen. Je wenst het zo alvast toe. Het slaat natuurlijk tegen als die dag ook het Europees Kampioenschap Voetballeke Trap begint en het hele continent voor het scherm zit te smachten op goals, goals, gooooooooals! Als daarbovenop in Werchter een paar ouwe knarren (op Milow na) ten dans spelen en daarbij The Police en, niet te onderschatten, The Herenigde Scabs zitten, dan kan het zijn dat een prachtige affiche nauwelijks volk trekt. Goorblues in Gooreind/Wuustwezel was dat lot beschoren. Gelukkig organiseert men op zondag een country festival dat gegarandeerd volk trekt. Maar het blijft een spijtige vaststelling dat moed, visie en (betaalbare) kwaliteit niet altijd beloond worden.

The (Nederlandse) Rhythm Chiefs, die vier jaar geleden zo’n furore maakten, zagen we (opnieuw) niet, maar naar verluidt is deze nog steeds erg jonge band nog immer in progressie. Vooral het stemgeluid wordt ,,volwassen’’, confirmeren zij die het kunnen weten. Een opener die kan tellen.

Khalif ‘Wailin’ Walter was een onbekende, maar dat is hij na deze first niet meer. Walter is een jonge zwarte uit Chicago die erg klassieke Chicago-blues speelt. Zijn invalshoek is niet origineel te noemen en je kan het al eens moeilijk krijgen met het lange soleren, maar Walter brengt zijn stuff (eigen werk naast vele bekende songs van groten in het genre) met veel vaardigheid en enthousiasme, gesteund door een prima ritmesectie. Sympathieke knul, wiens niet te onderschatten belang ook steekt in het feit dat hij nog één van de hele weinige jonge zwarten is die zich niet stort op R&B of hip hop, maar kiest voor de blues. Bovendien geeft de man ook les in de geschiedenis van de blues en het belang van de pioniers. Hij heeft intussen twee cd’s uit, waarvan we de tweede Let Me Say That Again kennen, een plaat die goed aansluit bij zijn live werk. Wat ons betreft een aangename kennismaking.

Tussen de grote acts door speelden de Moonshine Playboys achteraan in de tent telkens korte sets. Zij zijn even grappig als hun naam laat uitschijnen. Het trio neemt zowat alles en iedereen op de korrel in wat ze zelf cajungrass gedoopt hebben, the missing link between cajun and bluegrass. In een niet aflatend hoog tempo worden klassiekers uit letterlijk àlle genres ver-cowboy-iseerd, to boldly go where no band has gone before. Bronson (gitaar, accordeon), Mitchum (double bass) en Marvin (banjo, mandoline, gitaar) Cuvelier (vermoedelijk niet echte namen) storten zich met even groot gemak op Stairway To Heaven, Every Breath You Take, Voodoo Chile als Help! Het mogen dan geen eigen nummers zijn (ze hebben er voorlopig slechts één opgenomen, tussen de songs van Nirvana, de Ramones, Free, Canned Heat, Woody Guthrie en de Sex Pistols!), eens deze ex-whiskystokers uit het gevreesde Sproqueville (heu, Anderlecht) ze onder handen genomen hebben, zijn het ,,originelen’’ geworden. Er mag al eens gelachen worden.

Howlin’ Bill zette op Goorblues een set neer die als twee druppels water geleek op die van de Rootsnight met Johnny Winter op 11 mei. Om één of andere reden kan Bill ons daarmee helemaal niet straffen. Luisteren naar de reus met de dijk van een stem en het soepele harpspel, met daartussen de briljante gitaaruithalen van Little Chris is immers altijd een feest. Direct inslaande songs ergens tussen blues, rockabilly, rock-‘n-roll en swamp in, songs van het kaliber van ‘Strongest Man Alive’, ‘Bimbo’, ‘Midnight Hero’, ‘Gone Too Soon’, ‘I Remember The Day’, ‘Don’t You Know That I Love You’ (met stuk gezongen zonder micro), ‘Mississippi Hoodoo Man’, ‘When Hell Freezes Over’ en ‘I Confess’, gebracht met branie en, niet te vergeten, een grote dosis humor, meer moet dat voor ons niet zijn.

Het werd wel meer! Reba Russell, één week na Duvelblues. Op dat sympathieke festival in Puurs had de grote dame uit Memphis, Tennessee een eens te meer gedenkwaardig concert gegeven, opvallend sterk tussen straffe acts als Bass Papa, Crivellaro-Wressnig, Rudi Rotta, Ralph De Jong en Mike Sanchez. Het nieuwe materiaal van Bleeding Heart sluit immers naadloos aan bij de songs waarmee ze de nietsvermoedende bluesfans vorig jaar inpakte in de Antwerpse Crossroads, de Banana Peel in Ruiselede en CC De Steiger (Menen) Op Duvelblues knetterde en stampte het dat het een lieve lust was, met zeker ook de uitvoeringen van Spoonful en When The Lights Go Out, beiden van Willie Dixon, bij die voltreffers. Maar we vreesden toch enigszins voor de prestaties op Gooreind, aan het eind van een overdrukke week. We meenden in de start enige voorzichtigheid te bespeuren, maar na enkele nummers begon het kryptonite weer te knisperen en overspoelde de magische Memphis blues de toehoorders.

Waar de band op Duvelblues meteen de zware riffs in dook met de opener van de nieuwe, Red Mississippi Clay, een pijnlijke maar schitterend verklankte jeugdherinnering van bassist en ook…echtgenoot Wayne Russell, staken ze in Gooreind van wal met een jazzy intro, kolfje naar de hand van Robert ‘Nighthawk II’ Tooms, harpist en keyboardspeler, maar ook een gedegen zanger, maar dat werd herleid tot de juiste proportie zodra Reba haar strot opentrok in het eigen Miss Me en in Some People, geschreven door Papa ‘Don’ McMinn, vader van Reba’s drummer Doug Mc Minn (overigens samen met de andere broer, de vaste begeleiders van de legendarische Mojo Buford) De set bouwde ditmaal naar een duidelijke climax: waar je halfweg nog Reba’s ‘Love Is The Cure’ (een ode aan haar gematigd optimistische levensvisie) en Delta Joe Sanders ‘One Track Mind’ te horen kreeg, schakelde de band meteen hierna over op één van de andere songs van Delta Joe, die op geen enkele setlist ontbreekt, ‘Chinaberry Tree’.

Moeilijk te zeggen wat de beste van de drie uitvoeringen was, want drie maal was het goed raak met dit meesterwerkje. Dat heeft ook geen belang, wel dat Sanders één van die ,,onontdekte’’ talenten is, die dringend de grote plas moeten oversteken. Voor een staaltje van zijn songschrijftalent, dringend luisteren naar zijn eigen ‘Always Go With Your Heart’ (met het ironisch-ontroerende Never Did Like This Place) en naar het werk van de band, waar hij lid van is, The Mescal Sheiks (samen met Nighthawk onder anderen) Dan is ‘Up To No Good, Again’ van de Sheiks een goeie keus. We kregen in de al te dun bezette tent nog prachtuitvoeringen van ‘Love Is All You Got’, heerlijke song van Nighthawk en Wayne, en ‘Before Love Came To Town’, de song waar Reba mee uit de schaduw trad, toen Bono en BB King haar vroegen koor hierop te zingen (cd Rattle And Hum)

Zeer opvallend is de vooruitgang van Josh Roberts, nog geen volle twintig, maar stilaan uitgroeiend tot gitaargod. Verleden jaar trok hij zich al goed uit de slag, nu neemt hij de zaken in handen. Reba nam een (berekend) risico om te opteren voor een gitarist ,,in opleiding’’. Dat blijkt nu dividend op te leveren. Roberts heeft de stof om een grote te worden… Opvolger voor de ons te vroeg ontvallen Sean Costello?

Twee dagen later stond het gezelschap in de Banana Peel, voor het allerlaatste concert in deze korte maar hevige toer. Zoals iemand zei: ,,Hier was ze verleden jaar op haar best, en nu opnieuw.’’ Dat heeft dan wellicht te maken met de intieme sfeer van de BP, het feit dat ze hier verleden jaar zowat het dak afblies en dus véél volk lokte, misschien ook omdat ze op vraag van organisator Franky Van de Ginste de playlist aanpaste met songs die in handen van Janis Joplin bekend geworden waren (Mercedes Benz en ook de eeuwige klassieker Summertime uit Porgy And Bess van George en Ira Gershwin), zeer zeker doordat ze hier twee lange sets kon afwerken, met nog vier bisnummers. Ze sloot af met Blue Bird Song.

Nighthawk opende weer de avond, ditmaal met ‘Everyday I Have The Blues’ en ‘Who Will The Next Fool Be’ (van Charlie Rich), na de pauze met ‘Caledonia’. Ooit vroeg Robert aan Memphis Slim of hij die eerste song wel mocht coveren, zowat het toppunt van respect. Het gloedvolle, van machteloze woede doordrongen ‘Levee Prayer’, dat Reba’s goede vriend Jimmy Thackery schreef in de droevige, ja, hemeltergende nasleep van Katrina, liet ze achterwege (ze bracht hem helaas enkel in Puurs), maar er was nu plaats voor ‘Need A Healing’, ‘Tool Box Blues’, het heerlijke ‘Heaven Came To Helena’, die behoren tot haar standaard repertoire. Eén van de beste songs van de nieuwe Bleeding Heart is ongetwijfeld ‘12 Bar Blues’, gepend door de…moeder van Doug. Deze song, zinspelend op de dubbele betekenis van ,,bar’’, heeft een grappige pointe.

Het onderscheidt Reba Russell van vele anderen, dat kiezen voor fijn afgewerkte songs, liever dan onbestemde bluesdeunen met eindeloos herhaalde riffs, al even oeverloze solo’s en nietszeggende teksten te debiteren. En wie twijfelt aan het feit dat ze veel meer is dan een geweldige stem, moet haar uitvoering van Electric Chair van Bessie Smith maar eens horen: de haat, de ironie, de bijtende spot komen tot uiting in elke stembuiging en mimiek. Om die gouden stem te sparen zingt ze nooit drie avonden na mekaar. De band vult het occasioneel op onder de naam van The Wampus Cats met concertjes hier of daar, niet zelden een vriendendienst. Maar ze lopen daar niet mee te koop. Ze zijn al blij dat ze mogen spelen. Geweldige band, formidabele zangeres, schoon liekes… maar ook een groot hart. Zo hebben we ze graag!

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Inhoud syndiceren